Galerie Fortlaan 17 - Gent

Facebook Twitter

Christopher Le Brun

Context

Christopher Le Brun is geboren in Portsmouth in 1951. Hij kreeg zijn opleiding aan de Slade School of Fine Art en aan de Chelsea School of Art in Londen. In 1978 en 1980 was hij prijswinnaar van de John Moores tentoonstellingen in Liverpool en vanaf dan wordt hij als een leidend figuur van de Britse schilderkunst beschouwd. In 1987-88 was hij een gast in het Berlijnse kunstenaarsprogramma van de DAAD-Galerie en van 1990 tot 1995 was hij commissaris van de Tate Gallery in Londen.

In 1996 was hij samen met Adrian Wiszniewski prijswinnaar van de opdracht van de Jerusalem Trust voor het maken van grote schilderijen voor de Anglican Cathedral in Liverpool. In datzelfde jaar werd hij commissaris van de Londense National Gallery en hij werd tevens verkozen tot lid van de Royal Academy. Tijdens zijn opleiding aan het einde van de zestiger en het begin van de zeventiger jaren wordt Le Brun enerzijds geconfronteerd met het laat-modernisme en anderzijds met de anti-schilderkunst van de popcultuur. In die periode bestudeert hij vooral symbolistische schilders zoals Puvis de Chavannes en Gustave Moreau. Terzelfdertijd was hij erg onder de indruk van het Amerikaans abstract expressionisme. Hij schildert grote monochromen die zowel landschappen als geometrische vormen versluieren. Op dat moment begint hij een voortdurend onderzoek naar de relatie tussen het figuratieve en het abstracte, tussen het onderwerp en het schilderij. In de tachtiger jaren neemt zijn professionele loopbaan een snelle vaart na zijn deelname aan de ophefmakende tentoonstelling "Zeitgeist" in Berlijn in 1982. Hij wordt een vooraanstaand vertegenwoordiger van de nieuwe schilderkunst.

In zijn schilderijen verschijnen dwingende onderwerpen als donkere ruiters, cypressen en witte paarden in nachtelijke wouden. Le Brun blijft hardnekkig experimenteren met de motieven en technieken en tegen het einde van de tachtiger jaren worden deze opgevolgd door een groep intrigerende niet-figuratieve schilderijen. Het is Le Bruns ambitie om deze tweestrijd tussen het schilderen op zich en een duidelijk symbolische inhoud op te lossen en de twee polen te verenigen. Het is dit streven dat aan zijn werk een vervreemdende discrepantie geeft. Le Brun is zich bovendien ook bewust van het accumulerende gewicht van geschiedenis en bouwt bruggen met het verleden in zijn schilderkunst. Daarom wordt hij naar voor gebracht als Groot-Brittannië's belangrijkste postmodernist. Zijn werk verwijdert zich nochtans ver van dat postmodernisme van de tachtiger jaren dat de herbeleving zocht van een grandioze stijl. Hij roept verbanden op met de romantische en symbolische schilderkunst maar de confrontatie met de romantische uitstraling van zijn schilderijen doet anachronistisch aan. Dit gevoel ontstaat omdat Le Brun niet aan stijladoptie doet maar aan sfeer- en genre-adoptie. Wat hij in feite beoogt is een complexe picturale abstracte structuur te construeren.

In de schilderijen van Le Brun is het de schilderkunstige structuur zelf die het schilderij vormt. Dit is echter niet in formalistische zin te interpreteren als zou het hier gaan om het schilderij als schilderij. De fysische substantie van het schilderij wordt doorkruist met sporen van ons cultureel erfgoed. De schilderijen van Le Brun dragen een betekenis. Elk motief heeft een geschiedenis en wordt door Le Brun gevarieerd door overschilderingen en correcties aan te brengen. Door de talloze referentiekaders worden zijn schilderijen geladen met gevoelens. Vanuit zijn gedrevenheid om de picturale structuur te onderzoeken experimenteert Le Brun vanaf 1995 met was en ontwikkelt hij een eerste reeks bronzen sculpturen.