Galerie Fortlaan 17 - Gent

Facebook Twitter
°1966

Joey Kötting

Context

Joey Kötting (°1966) maakt in zijn werk gebruik van een samensmelting van fotografie en schilderkunst. Met fotografische emulsie en gesso en een projector in plaats van een vergroter, drukt Joey Kötting zijn momentopnamen af op doek, of op kleine houten blokken waarop doek wordt bevestigd. De projector is, net zoals zijn camera, een banaal instrument, het is namelijk een basismodel uit de jaren '70 en het toestel heeft een eenvoudig focusmechanisme. Joey Kötting verkiest ook om de seconden van de belichtingstijd zelf te tellen, in plaats van daarvoor specifieke apparatuur aan te wenden. Deze activiteit is bovendien afhankelijk van de muziek die hij op dat moment op zijn platendraaier heeft (ja, hij heeft een fetisj voor lage technologie, maar hij dringt erop aan te melden dat hij thuis ook een CD speler heeft). Door zich op dergelijke ruwe hulpmiddelen te baseren, staat Joey Kötting een stuk controle over het maken van zijn beelden af. Het resultaat is een hybride van schilderen en fotografie. En wat u aanvankelijk ziet is niet alles, vooral als u meer dan een paar meter van het werk verwijderd staat.

Zijn werken zijn grote, schijnbaar vlakke, uitgestrekte witte doeken met bleke uitbarstingen van grijs. Door gesso te vermengen met fotografische emulsie, worden de schaduwen en de tonale contrasten bleker, de duisternis wordt uit het beeld gezogen. Het beeld wordt opgebouwd uit honderden tonen aan wit en duizenden tonen aan grijs. Maar de werken van Joey Kötting zijn meer dan dekens van wit, meer dan sneeuwvlaktes met hier en daar grijze vlakken die het oog langzaam analyseert als zijnde herkenbare vormen. Zijn werken hebben de kwaliteit van een droom die men in zijn geheel kan aanschouwen, maar nooit met de perfecte resolutie en met volle bewustzijn. Het beeld zal nooit alle data prijsgeven. Joey Kötting laat ons niet alles zien. In plaats daarvan dwingt hij ons bijna tot contemplatie over onze voyeuristische drang die niet tevreden gesteld kan worden als niet alles wordt blootgegeven. In zijn ‘performance-paintings’ wordt de representatie volledig overboord gegooid, gebruik makend van een vroege fotografische techniek nl. ‘Gum Dichromate Process’ (de kunstenaar maakt gebruik van een projector in plaats van een vergroter, wat mysterieus kan lijken, maar wat in de context van zijn recent werk technologisch geavanceerd is)

Door een mengsel van kaliumdichromaat, Arabische gom, pigment en water op het canvas te schilderen en dan bloot te stellen aan het licht, capteert Joey Kötting wat in feite negatieven zijn. Een deel van het canvas wordt blootgesteld aan het licht en het licht reageert met de oplossing die de Arabische gom onoplosbaar maakt in water. Wanneer hij het doek na de belichting wast, lost slechts de oplossing op het onbelichte deel op. Een witte afdruk nalatend op de plek waar het zonlicht geblokkeerd werd. Indien we enkel het doek zouden te zien krijgen zou het onmogelijk zijn te decoderen wat Joey Kötting in deze werken fotografeerde. Maar hij annoteert elk werk met een video, waar we de performances te zien krijgen. Deze documentatie van de performances herinnert er ons aan dat de camera nooit spontaneïteit kan documenteren, dat -eens men bewust is van de aanwezigheid van een camera- de acties (op zijn minst een klein beetje) performance worden. Het canvas en de video worden samen tentoongesteld. In ‘Trying to Fly before the Sun’s too High’ (2001), een video met een blippy-electronica sound track, zien we Joey Kötting als een aarzelende Icarus met een bichromate-ingesmeerd canvas op zijn rug vastgebonden. Vanop een klimrek voor kinderen springt hij, rent hij ter plaatse rond, en klappert hij met zijn armen alvorens zijn startpositie te hervatten. Het canvas op zijn rug wordt geleidelijk aan getekend door de combinatie van zijn vliegbewegingen en de zon. Het doek wordt tijdens de performance een soort menselijke stencil.