Galerie Fortlaan 17 - Gent

°1972

Lawrence Malstaf

De Anti Automaat

Nemo - Lawrence Malstaf

Een pretpark voor de zintuigen: complexiteit van de ervaring.

Het touw draait en draait. Langzaam nestelt het zich rond de stoel, opgewonden en nerveus. Tot plots de stoel wordt meegesleurd, weggeslingerd en op de grond geslagen. Het lawaai van hout tegen beton klinkt luid. Luid als gevreesde onrust. Ondertussen draait het touw verder, een nieuwe onheilspellende beweging op gang trekkend.

Lawrence Malstaf (°1972, Brugge) ontwerpt anti-automaten. Een anti- automaat genereert een onvoorspelbare beweging waardoor we als “belevende” toeschouwer een fysische ervaring ondergaan die we, al of niet bewust, met een emotie of herinnering verbinden.

In “Nemo Observatorium” stappen we een monumentale, transparante cilinder binnen. In het midden staat een gemakkelijke fauteuil. Na een druk op de knop naast ons, ontstaat een wervelstorm van piepschuim die zich langs de wand van de cilinder een weg baant. Het is een bijzonder aangename ervaring: de chaos en de storm van het piepschuim resulteert in mooie, slingerende bewegingen die een rustgevende atmosfeer scheppen. De chaos van de werveling, veroorzaakt door de anti-automaat, contrasteert met de ervaring ervan.

“Shrink” is een performance die door Malstaf zelf wordt uitgevoerd, maar stoelt in wezen ook op het principe van de anti- automaat. De kunstenaar nestelt zich in een grote plastic zak die vervolgens vacuüm wordt gezogen. Iedere plooi, iedere beweging van de “acteur” wordt nauw omsloten. Na een aantal minuten in een soort foetus- houding te zijn bevroren, laat de kunstenaar terug meer lucht in de zak, verplaatst hij zich even, en laat vervolgens opnieuw de lucht uit de zak verdwijnen. Het aanschouwen van deze performance werkt bevreemdend. Er ontstaat, telkens wanneer de lucht wordt weggetrokken, een verstilling. Volgens de kunstenaar werkt het ondergaan van dit vacuüm- proces echter totaal niet bevreemdend. Het zou heel fijn en geborgen aanvoelen. De baarmoeder, de “Grote Kus”, de “Omhelzing”.

De kunstenaar vertelt dat het bij deze anti-automaten niet om de vorm of de materialiteit draait. Toch getuigen de installaties van een heel verfijnde esthetiek. Malstafs quasi wetenschappelijke manier van denken en vormgeven resulteert in nauwkeurig afgewerkte installaties. Wanneer we tussen de kunstwerken wandelen en van hun heerlijke patine genieten, nemen we zowaar een kijkje in het atelier van Faust; een laboratorium van wetenschap die geen wetenschap meer kan zijn omdat ze dingen verwezenlijkt die haar identiteit te buiten gaan.

Bij de meeste werken van Malstaf ervaren we een licht gevoel van bevreemding. Het is echter geen beangstigende bevreemding, eerder een vorm van onrust. Malstafs kunst heeft steeds een impact op (de) ruimte. En wij als toeschouwer en hoofdrolspeler ervaren die impact, “being in the middle”. We beleven een bijna zuiver fysisch en zintuiglijk proces, ware het niet dat we er in een niet te chronologiseren volgorde ideeën, associaties, herinneringen en emoties aan koppelen. Met andere woorden: wanneer of hoe ontstaat die bevreemding en is ze nu zintuiglijk, gevoelsmatig of associatief? De complexe structuur van een ervaring, voer voor psychologen misschien.

Nogal snel nemen we het werk van Malstaf heel ernstig; onze voortdurende dwang tot verklaren doet ons ook hier “de grote verhalen” aansnijden. Bij het zien van bijvoorbeeld de “Shrink” performance is het niet onlogisch te denken aan dood (mensen-) vlees, aan een geconserveerde Christus- kunstenaar, aan de grote thema’s van leven en dood. Die diversiteit aan –kunsthistorische, kunstkritische- invalshoeken maakt de discussie misschien rijker, maar in de eerste plaats maakt Malstaf een laboratorium waar we als toeschouwer zélf kunnen beleven en observeren.* Het is bijvoorbeeld een prettige eigenaardigheid om in “the vibrating mirror” op een stoel voor een spiegel te gaan zitten en de manipulatie van ons spiegelbeeld te ondergaan. Een anti- automaat van Lawrence Malstaf levert bewijs van ervaring en emotie. Dat op zich is een al meer dan bevreemdende gedachte, een bevreemdend gevoel…

* “Observatorium” was de titel van de Malstaf tentoonstelling in het PCBK Begijnhof in Hasselt (30 juni-1 september 2002)

tekst: Dieter Debruyne voor www.urbanmag.be