Pieter Laurens Mol
Context
Vanaf het midden van de jaren zestig heeft Pieter Laurens Mol (°1946 Breda, Nederland) een veelzijdig oeuvre opgebouwd waarin hij schijnbaar onsamenhangende onderwerpen aan bod laat komen en tot een eenheid samenbrengt. Hiertoe behoren onder meer fascinatie voor het vliegen, techniek, ambachtelijkheid, geweld en de symbolische aspecten van het planetenstelsel. Hij laat veel uiteenlopende thema's in zijn werk aan bod komen en gebruikt daarom ook veel verschillende uitdrukkingsvormen zoals fotowerken, schilderijen, objecten, sculpturale vormen, installaties en tekeningen. Hierbij vermijdt hij bewust dat zijn werk een rechtlijnig stilistisch traject zou volgen. Niet zelden blikt hij terug in het verleden.
Door de manier waarop hij de cultuurgeschiedenis en zijn Hollandse achtergrond naar zijn hand zet dwingt hij de toeschouwer om zijn oordelen opnieuw te overwegen. Hij kijkt terug naar de kunst- en wetenschapsgeschiedenis en koestert daarbij een speciale belangstelling voor de 16de en 17de eeuw. Mol is niet geïnteresseerd in de historiciteit van het verleden maar vooral in de overdrachtelijkheid ervan. Voor hem is de enige echte tijd de tegenwoordige en daaraan koppelt hij dan elementen die zowel naar het verleden als naar de toekomst verwijzen. Wanneer we zijn werk in context van de twintigste eeuwse cultuurproductie situeren dan gaat hij zowel terug naar Duchamp als naar Mondriaan en is zijn werk ook een uitbreiding van het gedachtengoed van kunstenaars zoals Klein, Manzoni en Beuys. Er zijn ook duidelijke affiniteiten met Broodthaers.
Door bestaande gegevens in zijn werk te laten binnendringen bouwt hij voortdurend aan de ontplooiing van het beeld van zichzelf als kunstenaar in de huidige maatschappij. Een belangrijk deel van zijn oeuvre bestaat uit foto-werken waar hij zelf in naar voor komt, bijvoorbeeld als belichaming van de relativiteit van de tijd. De foto's sluiten aan bij de conceptualiteit van de jaren zeventig maar onderscheiden er zich ook van omdat Mol gelooft dat de idee op zich nooit voldoende is om een proces te verantwoorden. Ondanks zijn interesse voor de fotografie is hij zeker niet afhankelijk van een bepaald medium of expressiemiddel. Mol heeft bovendien bijzonder veel aandacht voor de materialen waarmee hij werkt en die hij kiest in functie van speciale eigenschappen waarmee hij spanning en energie naar voor kan brengen. Het materiaal wordt ook op specifieke manieren benaderd: enerzijds vanuit ambachtelijk standpunt en anderzijds geeft hij er nieuwe betekenissen aan door ze op een ongewone manier de combineren en interpreteren.
In zijn oeuvre is er een groeiende belangstelling voor de symbolische geladenheid van de materialen. Zo werkt hij bijvoorbeeld rond de toxische eigenschap van lood en beschouwt hij rode loodmenie als het bloed van Saturnus. Regelmatig beeldt hij de tragiek van het alchemistisch proces en de Saturnische melancholie op een allegorische manier uit. Als kunstenaar levert Mol een intense strijd vol relativeringen over het falen en de hoogmoed, onderwerpen die hij dikwijls humoristisch naar voor brengt. Hiertoe refereert hij regelmatig aan het Icarus-thema. Zijn gevoel voor poëzie en een flinke dosis melancholie komen in zijn werk voortdurend tot uiting. Dikwijls lijkt zijn werk mystische kwaliteiten te bevatten maar deze worden steeds gecombineerd met absurde elementen. Op die manier creëert hij beelden als metaforen voor de innerlijkheid van de kunstenaar.
Voor Mol is het artistieke leven een filosofische constructie. Hij maakt werken over de creatieve kracht van de kunstenaar als een universeel en representatief symbool voor de plaats van de mens op aarde waardoor hij een directe relatie voorstelt tussen de activiteit van de kunstenaar en wereldse fenomenen.
