Stief Desmet
‘De ersatz van het beeld’.
‘Een verleden moet zo vertrouwd zijn dat men het “mechanisch” kan doen herleven en wel op zo een onverwachte wijze dat het ons elke keer dat we erin terugkeren verbaast.’
Deze zinsnede van de Italiaanse schrijver Cesare Pavese in zijn ‘Leven als ambacht’(1990) komt onherroepelijk op de oppervlakte van mijn geheugen drijven wanneer ik voor ‘A wanderer in a forest of flowers & dots’ van Stief Desmet (1973) sta. Dit schilderij roept onmiddellijk, en tegelijk ook weer niet, reminiscenties op aan een van de belangrijkste Duitse schilders uit de romantische periode: Caspar David Friedrich. In diens befaamde schilderij ‘A wanderer above the mists’ uit 1818 ontwaren we een personage dat boven op een rotsblok naar het landschap kijkt. Terwijl Friedrich graag met de illusie speelt dat de kijker dwars door een met pigment bedekt oppervlak naar een realiteit kijkt, die bijna zonder toedoen van de kunstenaar lijkt te zijn tot stand gekomen – schijnbaar! – zet Desmet nu net in de verf dat hij zijn eigen ‘ersatz’-realiteit op doek creëert. Deze kunstenaar – die in 2006 te Gent de Provinciale Prijs voor Beeldende Kunsten in de wacht sleepte – gebruikt wel nog de contouren van Friedrichs personage, maar componeert het historische icoon, dat Friedrichs figuur sowieso geworden is, quasi-doorzichtig midden in een landschap van bloemachtige patronen. De toon voor het universum Stief Desmet, waarin het beeld samenvalt met de tekenwaarde ervan en ‘de’ realiteit in figuratieve lijnen herkenbaar blijft, is onmiddellijk gezet. Desmet koestert niet de behoefte om de naturalistische logica van het ‘werkelijk’ bestaande te eerbiedigen. Hij samplet en remixet op een zeer eigentijdse en postmoderne manier niet alleen bestaande – ‘stereotiepe’ – beelden maar ook zijn eigen werk. Bepaalde motieven, zoals bijvoorbeeld het hert, of patronen keren steeds in wisselende gedaantes en veranderlijke betekenissen terug. Een techniek die hij ook toepast in de verf: de ene kleur vloeit uit de andere voort, of breekt er radicaal mee. Het idyllische dat deze driedimensionale schilderijen op het eerste gezicht willen suggereren, is verraderlijk. Want als je van dichtbij kijkt, ontdek je sporen van bezoedeling, vernietiging, de restanten van/na een menselijke ingreep. De natuur in haar meest zuivere betekenis is trouwens illusoir geworden en teruggeworpen op een soort ersatz-cultuur. Overal tref je wel herinneringen aan een of andere menselijke hand. In het werk ‘Imaginary walk # 2 (in these woods tonite)’ doorkruisen bijvoorbeeld lijnen, die automatisch herinneren aan vluchtwegen of autosnelwegen, het werk. De dubbele bodem van dit universum wordt blootgelegd: dat wat we denken te zien, verandert zodra we goed kijken. Een techniek die deze navolger van de popart wel vaker hanteert en zelfs letterlijk benoemt in zijn werk ‘A whole new perspective’. In dat werkt combineert hij verschillende technieken en perspectieven, waarbij een van de personages – die slechts als een schaduw, een tegenbeeld in deze schilderkunstige wereld aanwezig zijn – lijkt te wijzen naar iets wat komt van buiten het beeld. Iets wat de schilder dubbelzinnig suggereert door zijn figuren bijna letterlijk op de top van een berg te plaatsen – een perspectief is immers ook een vergezicht, een vooruitzicht naast de alom bekende schilderkunstige betekenis. Zo’n verwarring creëert Desmet wel vaker: door onder andere ook op zijn werken te schrijven. Op die manier probeert hij de kijker in een bepaalde richting te duwen of de directe associaties die zijn figuratieve werken oproepen te ontkrachten, al dan niet woordelijk te onderstrepen. Het voorziet Desmets werk van de nodige humor en kent er een extra dimensie aan toe.
Inge Braeckman
