Stief Desmet
Monument For Cervus Elaphus
Geen dier werd door de mens zo vaak “gepimped” als een hert. Wie er onze beeldcultuur op navlooit kan een lijn trekken van de eerste grotschilderingen in Lascaux, over renaissance jachttaferelen, romantische dierschilderkunst en Walt Disney tot vandaag. Heel dikwijls helt de verschijning van het hert over naar kitsch. Met zijn talrijke afbeeldingen op koekentrommels en plaasteren versies in Vlaamse tuinen is dit beest op dat vlak wellicht de kampioen van het dierenrijk. Maar net die commerciële en sentimentele recuperatie verraadt dat het hert als archetype diep snijdt in onze psychologie. Wat maakt dit rendier zo fascinerend? De grote vochtige ogen en de liefelijke fysionomie van een hertenkop doen ongetwijfeld menselijk aan. Zelden beelden we een hert realistisch af. Meestal staan net die kenmerken extra in de verf. Ze zijn vergroot, extra vervormd, om dit herkenningseffect maximaal uit te spelen. Er zijn wel meer dieren die we op deze manier aan onze borst drukken. Denk maar aan de hond, het paard, de panda, de koalabeer. Het hert staat evenwel hors categorie. Onze fascinatie ervoor heeft immers een extra ingrediënt. Een hert blijft hoe dan ook, zelfs in gevangenschap, bijzonder mensenschuw. Wie zichzelf weerspiegeld ziet in zijn fixerende blik, mag zich terstond aan een vluchtreactie verwachten. Het dier confronteert ons als geen ander met onze huidige problematische relatie met de natuur. Wij zien onszelf weerspiegeld als een te mijden soort. Zou het kunnen dat de populariteit van het hertenmotief zijn oorsprong vindt in een schuldbesef, of in een verwoede poging om alsnog macht over het dier te verwerven, door het af te beelden?
Stief Desmet gaat no-nonsense om met beeldmateriaal in een wereld waarin de grenzen tussen authentieke en gemanipuleerde of massaal geproduceerde beelden steeds meer vervagen, volgens sommigen gewoon niet langer bestaan. Het “samplen” of kiezen van een beeld uit al dat picturale geweld kan dan wel puur intuïtief of speels lijken, het is nooit gratuit. De drie herten in het Paterspark doen denken aan een gigantische blow-up van een biscuit beeldje uit bomma’s vitrinekast. Stief past de omgekeerde schaalverandering toe, waarbij het geïdealiseerde beeld terug levensgroot wordt. Het tafereel verhuist hij van de huiskamer naar de natuur. Maar niets is wat het lijkt; ook dit idyllische stadspark is een pure constructie. Dit stukje groen is een restje van een negentiende-eeuwse greep op het groen van Baron Mulle de Terschueren, die voor zijn achtertuin bomen, water en struikgewas à la carte koos. Met straatlantaarns, paadjes en banken kneden we wat er groeit verder naar onze zin. Stief zet ons aan het twijfelen over de status van deze drie herten. Horen ze als “monument” thuis in dit groen decor, of confronteren ze ons net als hun levende voorouders met de manier waarop we ongebreideld urbaniseren. Hun glossy look en de ontbrekende delen van het perfecte plaatje doen de idylle wankelen. (Frederik Van Laere)
